|
Introductie
Geschiedenis |
Geschiedenis De
laatste grote Universele Tentoonstelling van de 20ste eeuw in
1992,de aspiratie dit in Sevilla te vieren, heeft zijn wortels in de
herinnering van de Vijfhonderd jaar geleden
ontdekking van Amerika. Dat idee werd gunstig ingestemd en
materialiseerde met een formeel voorstel aan het Bureau Internationaal
van Exposities (BIE), die het vervolgens in 1987 definitief goedkeurde. Van
dat ogenblik, en bijna parallel met de eerste passages voor de
organisatie van dit grote evenement, begon het in een bepaalde manier te
bestuderen hoe er voordeel gehaald kon worden in het bouwen van de
infrastructuren en faciliteiten in de zetel van ‘Muestra’. Men
pretendeerde dat Expo92 niet alleen waardevol was op zichzelf, maar dat,
zodra beëindigd, het diende als platform voor de economische
ontwikkeling van Andalusia In
1988 bracht dit een rapport mee waarin multidisciplinaire
Universiteiten van Sevilla, Malaga, Madrid en Berkeley (Californië)
een model van het mogelijk
opnieuw gebruiken van de activiteiten van de Universele Tentoonstelling,
dat toepasselijk zou worden zodra ‘Muestra’ werd beëindigd. Op
deze manier construeerde men het Project
van Onderzoek van Nieuwe Technologieën in Andalusia (PINTO). In het kader van deze strategie, werd een team van studenten geleid door twee professoren: Manuel Castells en Peter Hall. Het definieerde een project, dat de naam Project-Cartujá93 kreeg. Het had als doelstelling de bijlage van Expó92 een draai te geven naar een meer gekwalificeerde kern van economische activiteiten die zich zal uitspreiden naar de innovatie en het gebruik van nieuwe technologieën in een productief Andalusia. Tevens stipuleerde het Project-Cartujá93 de ontwikkeling van sociale en culturele activiteiten en ontspanning binnen het territoriale kader van het Eiland Cartuja.
|